Burgerparticipatie in Den Haag: ondersteun mensen in hun autonomie

Inspraak van burgers is een belangrijk aspect van de zorgvernieuwing en het Integraal Zorgakkoord. Uiteindelijk gaat het om die burgers. Maar wat willen die burgers? En hoe kom je dat te weten? De Vereniging Transmurale Zorg in Den Haag koos in het traject ‘Samen zijn we slimmer’ voor verschillende strategieën. Grote bijeenkomsten op centrale plekken, maar ook kleinschalige gesprekken op plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Dan spreek je andere mensen en hoor je andere dingen.

Vereniging Transmurale Zorg Den Haag en omstreken (VTZ) is een samenwerkingsverband van zorg- en welzijnsaanbieders in de regio Haaglanden. De doelstelling is het bevorderen van de samenhang in de zorg in de Haagse regio. “Als onderdeel van het regioplan in het kader van het Integraal Zorgakkoord willen we nadrukkelijk de burgers betrekken”, zegt VTZ-directeur Arnold van Halteren. “Willen we de doelstellingen halen met onze projecten, dan is burgerparticipatie essentieel.”

Arnold van Halteren
© VTZ, Arnold van Halteren

Leefplan in plaats van zorgplan

“Wat hebben burgers nodig?”, vervolgt Van Halteren. “Hoe denken ze over gezondheid? Welke vragen leven er op het gebied van welzijn? Wij vanuit de zorg zijn altijd sterk geneigd om oplossingen te bedenken vanuit de zorg. Dat is waar we goed in zijn. Maar veel problemen, ook op het gebied van gezondheid, kunnen beter opgelost worden in andere domeinen, zoals wonen of financiën.

"Minister Helder zei dat burgers een zorgplan moeten maken. Ik krijg van die burgers terug dat ze een leefplan nodig hebben, waarin wonen, inkomen, bestaanszekerheid en zingeving minstens even belangrijk zijn als zorg.”

Van Halteren vroeg Lea Bouwmeester om gesprekken te organiseren en te helpen bij het vinden van antwoorden op de vraag wat mensen belangrijk vinden bij het ouder worden. Bouwmeester werkt hierin samen met Alyssa Brinkhof. VTZ heeft dit traject zelf bekostigd.

Meer dan de selecte groep

“We wilden een combinatie van grotere bijeenkomsten en kleine gesprekken”, legt Bouwmeester uit. “Een grote bijeenkomst is zeker zinvol, maar daarmee mis je veel mensen die niet naar grote bijeenkomsten kunnen of willen komen. Er komt vaak een selectere groep op af; mensen die tijd hebben, vaak al betrokken zijn bij de zorg en mogelijkheden hebben om te komen. Mensen die bijvoorbeeld geen vervoer hebben of een taalachterstand, blijven buiten beeld. Terwijl we juist ook van hen wilden horen hoe ze tegen hun toekomst aankijken en wat ze nodig hebben.”

”Daarom gingen we ook de wijken in om laagdrempelig mensen op te zoeken en met hen in gesprek te gaan” vertelt Alyssa Brinkhof. "We zochten contact met sleutelfiguren in de wijk, zoals opbouwwerkers en activiteitenbegeleiders. We bezochten locaties van Haags Ontmoeten, plekken in de wijk waar ouderen en hun mantelzorgers vrij binnen kunnen lopen.  We gingen langs bij Kringloopwinkels en moskeeën en schoven in Moerwijk aan bij een initiatief waar buurtbewoners voor 1 euro een gezonde lunch kunnen nuttigen."

Alyssa Brinkhof
© Alyssa Brinkhof

Mensen eerder bereiken

“Mensen reageerden positief op onze toenadering”, vertelt Bouwmeester. “We merkten dat mensen minder vanuit de zorg denken, en meer vanuit andere levensvragen. En we constateerden dat het heel belangrijk is om mensen te bereiken voordat ze echt hulpbehoevend worden, in wat we noemen de assistentiefase. Dat is de fase waarin mensen merken dat ze ouder worden en dat het niet allemaal meer vanzelf gaat.”

Veel mensen vinden het moeilijk om te erkennen dat ze hulp nodig hebben, aldus Brinkhof. Ze zijn bang om hun autonomie te verliezen en willen geen hulp vragen, uit angst dat ze als een ‘probleem’ worden weggezet. Ze weten vaak ook niet waar ze informatie moeten halen over mogelijkheden tot ondersteuning en kennen de sociale kaart niet. “Er is veel informatie, maar niet op de goede plek. Deze mensen komen niet in de bibliotheek.”

Oplossingen om de regie te houden

Mensen in deze fase van hun leven zou je in hun eigen woorden moeten vragen wat ze nodig hebben om autonoom te blijven en de regie te houden. “Wat heeft u nodig om te leven zoals u wilt en daar zelf de baas over te zijn?” Dat prikkelt mensen om na te denken over wat ze zelf nog kunnen en welke oplossingen er mogelijk zijn voor dingen waar ze wat hulp bij kunnen gebruiken. Vervolgens moeten ze ook weten waar ze die hulp kunnen vinden. Bouwmeester: “Het vraagt om een combinatie van bewustwording en voorlichting in begrijpelijke taal en op de juiste plek over beschikbare voorzieningen.”

Wat uit veel gesprekken met ouderen naar voren kwam is de behoefte aan sociaal contact, vertelt Brinkhof: “Dat is heel belangrijk om prettig oud te worden. Soms is het een hele stap voor mensen om zelf een sociaal netwerk op te bouwen. Dat kun je ondersteunen door te zorgen voor plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. En dat ouderen daar ook kunnen komen, bijvoorbeeld door vervoer te regelen.”

Lea Bouwmeester
© Lea Bouwmeester

Diverse stad vraag gedifferentieerde aanpak

Het is belangrijk om aan te sluiten bij de populatie in een wijk, stelt Brinkhof. “Ook in een stad als Den Haag is geen ‘one size fits all’ voorhanden. Het is een heel diverse stad, dat vraagt een gedifferentieerde aanpak.” Bouwmeester: “Er is niet even een snel antwoord mogelijk. Je komt er niet door een campagne te starten. Je moet de tijd nemen om mensen te begrijpen en te horen wat ze nodig hebben. Dat kan in Scheveningen iets heel anders zijn dan in de wijk Escamp.”

Bouwmeester en Brinkhof werken aan een handleiding en een werkagenda om burgerparticipatie een stevige plek te geven. Er is een aanvraag bij ZonMw ingediend om een vervolg te financieren. Deze is wel goedgekeurd, maar helaas zijn er (nog) te weinig middelen bij ZonMw om de subsidie ook echt te verstrekken. “Het is nu dus wel even zoeken naar de financiering”, zegt Van Halteren.

De bedoeling is dat beide adviseurs meer op afstand komen en het project van de mensen in de organisaties zelf wordt. “Als medewerkers van de leden van VTZ met cliënten en mantelzorgers aan de slag gaan, kunnen wij er langzaamaan tussenuit”, aldus Bouwmeester.

Vraag wat mensen nodig hebben

Op voorhand hebben Bouwmeester en Brinkhof wel een aantal tips voor beleidsmakers die – in Den Haag of op andere plekken in het land – burgers willen betrekken. Brinkhof: “Ga naar plekken waar mensen toch al samenkomen, zoals Haags Ontmoeten. Praat met mensen, vraag hun wat ze nodig hebben om prettig te kunnen leven. Als een beleidsmedewerker daar één keer in de week een uur voor vrij zou maken, zou dat gelijk tot beter beleid leiden.”

“Met stip op 1 staat de wens om andere mensen te ontmoeten. Daar zouden gemeenten in kunnen investeren”, vindt Bouwmeester. “En kijk hoe je met een wijkaanpak de gemeenschap kunt versterken. Bij het ouder worden komen er veel vragen op buiten de zorg kunt oplossen als je er op tijd bij bent. Tot slot is het belangrijk dat mensen goed geïnformeerd worden. In taal die ze begrijpen en op plekken waar ze komen.”

Deel deze pagina