10 juni 2024

Vooruit met innovatie als instrument

Vooruitgang boeken we pas als we gezamenlijk nieuwe manieren van werken, denken en doen (durven te) ontwikkelen. Innovatie is daarbij geen doel op zich, maar een cruciaal instrument. Maar hoe kunnen we de zorg slimmer en beter organiseren? En welke knelpunten en oplossingen zien we bij het toepassen van innovatie? Aiko de Raaf, kwartiermaker IZA bij VWS gaat hierover in gesprek met Jan Kees van Wijnen, Voorzitter bij VVT instelling Tante Louise en Jan Megens, programmadirecteur WOZO.

Aiko: Laten we beginnen met het verkennen van de mogelijkheden en uitdagingen die innovatie met zich meebrengt.

© Jan Kees Wijnen

Jan Kees: Met Tante Louise hebben we bewust een naam gekozen die voor onze grootste doelgroep makkelijk te onthouden was, dus ook voor de groep met dementie. Tante Louise staat voor de beste zorg thuis, en dat kan alleen als we toonaangevend zijn in innovatie. Als we op dezelfde manier blijven werken, hebben we simpelweg niet genoeg mensen in de toekomst. Er is een kloof tussen een pilot en de implementatie. We kunnen als organisatie wel innoveren, maar het systeem moet ook innoveren. Alle andere partijen moeten betrokken worden en het lef hebben om een werkend hulpmiddel te omarmen. Iedereen moet op dezelfde lijn zitten. Het gaat om systeemimplementatie.

Aiko: Je wilt het op organisatie- en systeemniveau borgen?

Jan Kees: Ja, zoals Simon Sinek zegt: leg uit waarom iets goed is voor de zorgprofessional, voor de cliënt en voor Nederland als geheel. Dan zijn medewerkers geneigd om hiermee aan de slag te gaan. Ze begrijpen dan dat ze tijd besparen, de kwaliteit verbeteren en de zorgkosten voor Nederland verlagen.

Bijvoorbeeld, de heupairbag. Als ouderen een heup breken, is dat vaak het begin van het einde. Een heupfractuur veroorzaakt veel pijn en een verslechtering van de kwaliteit van leven. Als zorgprofessionals willen we het beste voor de client, en de airbag is een geweldig hulpmiddel om dit te voorkomen. Bij een heupbreuk stijgt de zorgvraag met 200 uur per jaar. Als je dat met 80% kunt beperken, scheelt dat enorm in werkdruk en bespaart het op operatiekosten.

Jan Megens: Het veranderen van de zorg voor ouderen vraagt om veranderende perspectieven. Bij WOZO proberen we de beweging van onderaf te stimuleren. Dit doen we door goede voorbeelden te delen. En dan is het zonder bezwaar kopiëren van elkaar de beste vorm. Dus als het in West-Brabant lukt, kan het ook in Groningen. Daar moeten we in het eigenwijze Nederland samen voor openstaan. Wij doen dat met name via de website Waardigheid en Trots.

Aiko: Hoe delen jullie kennis bij Tante Louise?

Jan Kees: We hebben de kennisbank van Vilans en 'Anders Werken in de Zorg' gestart met als doel het sneller kunnen delen van kennis over innovatie en technologische innovatie in de zorg. Het zou zonde zijn om deze informatie voor onszelf te houden, dus daar werd heel positief op gereageerd. Nu delen we ook sociale innovaties, dus innovatie in de breedste zin. We zorgen ervoor dat we goede dingen doen met alle partijen die bezig zijn met de zorg en het transformeren van het systeem. We zijn gestart in de regio West-Brabant, maar we hebben inmiddels ook andere regio’s aangesloten. Op dit moment hebben we een netwerk van 140 VVT-organisaties, maar willen we groeien naar 180. We leren binnen de regio en over de regio’s heen. Dit is nu een landelijke stichting. Dus we kijken bij elkaar in de keuken. We ontwikkelen de innovatie kleinschalig om deze via het netwerk na een waardebepaling snel bij alle leden van het netwerk te kunnen uitrollen (‘proudly copied from’).

Vilans doet voor iedere innovatie een waardebepaling door het stellen van drie vragen: is het goedvoor de klant, is het goed voor de zorgprofessional en is het goed voor de BV Nederland als geheel. Die rapporten publiceren ze op hun website. We willen zo een innovatieplatform opzetten waarbij je heel makkelijk contact kunt leggen met regio’s die al verder zijn op het gebied van de innovatie waar jij ideeën over hebt.

© Jan Megens | Fotograaf: Rob Gieling

Jan Megens: Je creëert een nieuw perspectief. Koploperregio’s willen belangeloos samenwerken. Wat kunnen we samen en wat kunnen we zelf doen? Bij VWS geven we podium aan goede initiatieven en creëren bewustwording bij de mensen zelf. Bijvoorbeeld met de campagne "Praat vandaag over morgen."

Aiko: Waar lopen jullie tegenaan bij opschaling van innovaties?

Jan Kees:  Met de heupairbag werken nu zeker 100 instellingen, maar sociale innovatie is net zo belangrijk. Hoe installeer je valpreventie? Dat is een grote uitdaging. Ook technologische innovatie is zeer belangrijk, maar de inbedding in het zorgsysteem is nog veel belangrijker.

Een andere technologische ontwikkeling is de oogdruppelbril, waarbij een tuitje op de bril kan worden geplaatst. 99% van de mensen die in 2022 nog thuisbehandelingen nodig hadden, kunnen het nu zelf doen. De 1% die dit niet kunnen, zijn bijvoorbeeld mensen met Parkinson. We willen dit opschalen naar andere regio’s, omdat het veel tijd bespaart en arbeidsvreugde oplevert.

Bij de ene innovatie gaat dat makkelijker dan bij de andere. Vanuit onze organisatie hebben we vorig jaar de regio meegenomen in een ‘free proposal’: kom eens met een idee om zorg toegankelijk te houden. Naarmate er meer ouderen langer thuisblijven willen we ook huisartsen helpen, deels omdat er meer zorgvraag op hen afkomt, maar ook omdat we een huisartsen te kort verwachten. Sinds deze maand hebben we voor heel West-Brabant een digitale huisartsenschil ingezet voor de fysieke huisartsen. Mensen die op woonzorglocaties wonen maken hiervan gebruik. De digitale huisarts doet de triage op afstand met behulp van technologie zoals een digitale stethoscoop. 80-90% van de gevallen, waarvoor vroeger een ziekenhuisbezoek nodig was, kunnen we nu op deze manier ondervangen. Er is één loket, dus je krijgt makkelijk iemand te pakken. 

Aiko de Raaf: Leverde dit veel weerstand op?

Jan Kees: We hebben medewerkers hierin echt moeten meenemen. Van 30 loketten naar 1 lijkt een no-brainer, maar er waren zorgen of een digitale huisarts wel voldoende wist over de cliënt. We hebben per locatie sessies gedaan met de club van de digitale huisarts om deze zorgen weg te nemen. Nu de kinderziekten eruit zijn krijgen we veel enthousiaste reacties.

Ook familieleden van de ouderen moesten wennen. Als een fysieke huisarts bezig is en moet terugbellen, kan de cliënt inmiddels achteruitgaan en naar de eerste hulp moeten. Bij dit systeem heb je direct contact. Dit is duidelijk voor de familie.

Dit systeem is lastiger opschalen dan een druppelbril omdat huisartsen en regio’s eigen systemen hebben die je wilt koppelen. Dat rol je niet zomaar uit naar een andere regio. De steunkoushulp daarentegen is eenvoudiger te implementeren. Er is sinds begin juni een verlengde armsok, waardoor het makkelijker is om de steunkous zelf aan te trekken. Bij succes wordt dit in Q4 landelijk uitgerold.

Aiko: De cure is anders dan de care, maar hoe kunnen we leren van de manier waarop in de care innovaties sneller en breder geïmplementeerd worden?

© Aiko de Raaf

Jan Kees: Het principe van Proudly copied from is ook toe te passen in de cure, alleen zijn bepaalde afspraken die we gemaakt zijn binnen het netwerk Anders werken in de zorg nog niet in de ziekenhuissector het normaal. Daar ligt een grote kans.

Aiko: Innovatie in de zorg is essentieel voor de toekomst. Door zowel technologische als sociale innovaties te omarmen en te delen, kunnen we de zorgtoegang verbeteren en de werkdruk verlagen. Samenwerking en effectieve financiering zijn cruciale factoren voor succes. Laten we gezamenlijk blijven zoeken naar slimme en betere manieren om zorg te bieden.

Jan Kees: Samenwerken is daarbij essentieel. Bij Tante Louise werken we daarom we samen met zorgverzekeraars en andere ketenpartners om innovaties breed uit te rollen. Dit vraagt om openheid en bereidheid om van elkaar te leren. Het creëren van raamcontracten voor bewezen innovaties, zoals nachtzorg, helpt bij het opschalen en implementeren van nieuwe oplossingen. Bestuurders moeten meer samenwerken om de gewenste resultaten te behalen. Kleinere VVT-organisaties profiteren van deze manier van werken zonder veel effort te steken in innovatie.