25 november 2021

5 succesfactoren van zelfhulpgroepen als pijler van informele zorg

In een zelfhulpgroep komen mensen samen die dezelfde problematiek ervaren (zelf of als naaste), zoals een ziekte, beperking, verslaving of sociale problematiek. Ze vinden erkenning en steun bij elkaar. In Nederland zijn er zelfhulpgroepen rond allerlei thema’s, maar een landelijke coördinatie ervan ontbreekt vooralsnog. Zo’n structuur is er in Duitsland wel. Daarom ging een Nederlandse delegatie onlangs op werkbezoek bij KOSKON, de koepelorganisatie van zelfhulpgroepen in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Op basis van deze casus tekenden we 5 factoren op die zelfhulpgroepen tot een effectieve pijler van informele zorg maken.

Fotovan een groep mensen die samen in sessie zijn.
© VWS / PureBudget

1. Een duidelijke definitie van zelfhulp is belangrijk

Zelfhulp kan verschillende dingen betekenen, dus is het belangrijk een gedeeld kader te ontwikkelen voor wat zelfhulp wel en niet is in de context van zelfhulpgroepen. KOSKON hanteert de volgende criteria voor zelfhulp: 

2. Zelfhulpgroepen maken mensen sterker en kunnen helpen de druk op de zorg te verlichten

Deelnemen aan een zelfhulpgroep biedt talloze voordelen. Mensen vinden er steun, solidariteit, menselijkheid, warmte, acceptatie en begrip. Ze leren er hun kwaliteit van leven te verbeteren en met het leven van alledag om te gaan. Ook ontwikkelen ze vaardigheden op het gebied van zelfbeschikking, persoonlijke verantwoordelijkheid en het omgaan met een probleem, ziekte of handicap. De ervaring in Duitsland leert dat zelfhulp mensen sterker maakt en dat het de druk op de zorg en het sociale systeem vermindert. Uit onderzoek naar de Social Return on Investment van zelfhulp blijkt verder dat elke euro die naar zelfhulp gaat € 7,24 oplevert.

3. Zelfhulp is een aanvulling op reguliere zorg

In Duitsland wordt zelfhulp beschouwd als aanvulling op de reguliere zorg en het sociale domein, niet als een vervanging daarvan. In zelfhulpgroepen kunnen mensen vragen stellen en advies krijgen die niet altijd aan bod komen in de reguliere zorg. Zelfhulp kan bovendien bijdragen aan het stabiliseren van een persoon of zijn/haar leefsituatie, waardoor iemand minder (snel) zorg nodig heeft en mogelijk makkelijker de stap zet naar de reguliere zorg.

Voor deelname aan een zelfhulpgroep heeft KOSKON drie voorwaarden gesteld:

  1. Er is geen sprake van een acute medische zorgvraag.
  2. Meedoen aan een zelfhulpgroep is de verantwoordelijkheid van de persoon zelf. Mensen in de groep delen ervaringen en kennis en bieden steun aan elkaar, maar zijn niet verantwoordelijk voor elkaar.
  3. Zelfhulp is geen alternatief voor eventuele reguliere zorg die iemand mogelijk nodig heeft.

4. Professionele ondersteuning van zelfhulpgroepen draagt bij aan de bekendheid en het succes

In Noordrijn-Westfalen worden 10.000 zelfhulpgroepen ondersteund door 41 ‘zelfhulpcontactpunten’. KOSKON coördineert als koepelorganisatie de ondersteuning van zelfhulpgroepen door deze zelfhulpcontactpunten. Elk contactpunt ondersteunt de zelfhulpgroepen in een bepaalde stad of regio. Dat doen ze onder meer door:

Zelfhulpcontactpunten bepalen niet waar een zelfhulpgroep inhoudelijk over moet gaan. Ze vragen enkel wat zelfhulpgroepen nodig hebben om goed te kunnen functioneren en proberen ze dan zo goed mogelijk te voorzien in hun behoeften. Door het werk van de contactpunten weten mensen zelfhulpgroepen makkelijker te vinden, en zijn ook huisartsen en ziekenhuizen beter op de hoogte van het bestaan van zelfhulpgroepen. Zij verwijzen er ook actief naar door.

5. De bevordering van zelfhulpgroepen is een collectieve taak, dus de financiering ook

Volgens het ministerie van Volksgezondheid van de deelstaat Noordrijn-Westfalen (NRW) is het bevorderen van zelfhulp en zelfhulpgroepen een collectieve taak van zorgverzekeraars, zorgaanbieders, gemeenten en overheden. Dat vertaalt zich ook door in de financieringsstructuur. KOSKON wordt voor 75% door de deelstaatoverheid gefinancierd, en voor 25% door de zorgverzekeraars. De 41 zelfhulpcontactpunten in Noordrijn Westfalen worden gefinancierd door de zorgverzekeraars, gemeenten, welzijnsorganisaties en het ministerie van Volksgezondheid van NRW samen. Dat ministerie levert daarbij vooral een symbolische bijdrage om het belang van zelfhulpgroepen te onderschrijven, het merendeel wordt bekostigd door de zorgverzekeraars. In Duitsland is wettelijk bepaald dat elke zorgverzekeraar €1,19 per verzekerde per jaar beschikbaar moet stellen voor zelfhulp.


Deel deze pagina