Ziekenhuisopname bespaard: thuis instellen van beademingsapparatuur

Patiënten die afhankelijk zijn van beademing, moesten gewoonlijk zo’n acht dagen in het ziekenhuis verblijven. Dat was de tijd die nodig was om de beademingsapparatuur goed in te stellen. Verpleegkundig specialist Anda Hazenberg verplaatste het instellen van de patient op de beademingsapparatuur naar de thuissituatie, waardoor een ziekenhuisopname bespaard blijft. Dit leidt niet alleen tot vermindering van kosten, maar is ook van grote waarde voor de patiënt: het instellen kan in de vertrouwde omgeving gebeuren en versterkt de autonomie. In dit artikel legt Anda uit hoe deze ontwikkeling tot stand kwam en daagt zij collega’s in andere vakgebieden uit om soortgelijke kansen te grijpen.

''Als je iemand uit het zorgcircuit thuis haalt en je legt de patiënt in het ziekenhuis uit hoe de beademingsapparatuur werkt, merk je dat de patiënt er wel aan gewend is, maar het hele zorgcircuit moet het dan nog leren.’’

Probleem: veel patiënten en impactvolle opnames

In 1991 waren er ‘slechts’ 200 patiënten in Nederland die chronische beademing nodig hadden. Maar in 2017 waren dat er meer dan 3.500. Dit aantal zal volgens de voorspellingen van de World Health Organisation alleen nog maar verder toenemen. Die kennis vraagt om een andere aanpak. Maar dat is niet de enige reden voor verandering. Anda: ‘‘In mijn werk zag ik dat het voor mensen een enorme inspanning is om naar het ziekenhuis te komen. En dat zorgverleners uit de directe omgeving minder betrokken zijn: als je iemand uit het zorgcircuit thuis haalt en je legt de patiënt in het ziekenhuis uit hoe de beademingsapparatuur werkt, merk je dat de patiënt er wel aan gewend is, maar het hele zorgcircuit moet het dan nog leren.’’

Oplossing: beademingsapparatuur thuis instellen

Een aantal jaar geleden woonde Anda een congres bij over het thuis instellen van dialyse-apparatuur. Meteen zag ze kansen voor haar eigen vakgebied. Dus ging ze gesprekken aan met collega’s van TNO en startte ze haar eigen onderzoek – de EOLUS studie – bij UMC Groningen. Was het technisch mogelijk om patienten  thuis in te stellen op de beademing en toch de juiste kwaliteit van zorg te behouden? Dit bleek het geval. Al snel groeide de vraag naar het thuis instellen van beademingsapparatuur. ‘‘Het gaat om een groep patiënten die online veel contact heeft met elkaar. Daardoor hoorden ze al snel iets over de mogelijkheid om de beademing thuis te starten. De centra voor thuisbeademing bij UMC Maastricht, Utrecht en Rotterdam kregen dus ook al snel dit verzoek.’’ In 2014 zijn de vier Nederlandse centra voor thuisbeademing daarom gezamenlijk begonnen aan het Homerun-project. Onder leiding van longarts Ries van den Biggelaar, Erasmus MC, onderzoeken zij of het thuis starten van de beademing in heel Nederland mogelijk is.

Meerwaarde: meer autonomie en lagere kosten

Bij het thuis starten van de beademing bezoekt de verpleegkundige de patiënt in de eigen omgeving. Daar sluit de verpleegkundig specialist de patiënt aan op de apparatuur en wordt telemonitoringsapparatuur geplaatst, om de patiënt op afstand te kunnen volgen. Zo blijft de hoeveelheid handelingen voor de verpleegkundig specialist min of meer gelijk. Maar de beddendruk in het ziekenhuis neemt af, net als de werkzaamheden die daarmee gepaard gaan. Daarmee wordt 3.000 euro per patiënt bespaard.

''De patiënt nodigt uit wie hij of zij er graag bij wil hebben. Mensen vinden dat heel prettig en kunnen dat bovendien heel goed zelf. Zo leert de patiënt samen met zijn zorgcircuit.’’

Ook de resultaten voor de patiënt zijn veelbelovend. Het onderzoek liet namelijk zien dat het thuis instellen van de apparatuur net zo goed werkt als de oude werkwijze in het ziekenhuis. Patiënten kunnen nu gerust in de eigen omgeving blijven en vertrouwen op dezelfde kwaliteit van zorg. Daarnaast merkt Anda op dat de patiënt meer eigen regie heeft. ‘‘Bij het thuis instellen regelt de patiënt het instructiemoment. De patiënt nodigt uit wie hij of zij er graag bij wil hebben. Mensen vinden dat heel prettig en kunnen dat bovendien heel goed zelf. Zo leert de patiënt samen met zijn zorgcircuit.’’

Huidige status

De EOLUS-studie en het Homerun-project laten zien dat het thuis instellen van chronische beademingsapparatuur goed werkt en dat patiënten het goed ontvangen. Voordat het thuis instellen verder wordt geïmplementeerd, wordt eerst de telemonitoring geoptimaliseerd. ‘‘Machines en apparatuur op afstand uitlezen, is een uitdagend proces geweest. Als je het landelijk gaat uitrollen, moet de telemonitoring een robuust systeem zijn dat altijd werkt.’’ Zodra dat het geval is, wordt dit initiatief zo snel mogelijk uitgerold.

Tips voor collega’s: bezoek congressen en laat niet los

Tegen collega’s die soortgelijke kansen zien, zegt Anda: ‘‘Heb je een idee? Ga ermee aan de slag en laat het niet liggen. Ik dacht ook wel eens: daar ga ik weer.. maar laat niet los. Bezoek ook congressen: daar doe je altijd ideeën en contacten op, waarmee je verder komt.’’ 

Meer informatie

Contact

Heeft u vragen of wilt u meer weten over het thuis instellen van thuisbeademing? Dan kunt u contact opnemen met:

  • Dr. Anda Hazenberg, Verpleegkundig Specialist bij UMC Groningen, a.hazenburg@umcg.nl, 050 361 3200