In de basisschoolperiode komt elk kind 2 keer in beeld bij de jeugdgezondheidszorg (JGZ). In groep 2 en groep 7 worden zij gezien door de jeugdarts of jeugdverpleegkundige en doktersassistente van de JGZ. Veel gezonde kinderen komen uitsluitend op controle omdat zij standaard worden opgeroepen in het betreffende leerjaar. Kinderen uit andere leeftijdsgroepen blijven buiten beeld, ook als het minder goed gaat. In de regio Gelderland Midden werkt de JGZ daarom anders: standaardcontroles zijn overgenomen door doktersassistenten. Verpleegkundigen en artsen hebben hierdoor meer tijd voor kinderen met vragen of problemen. Oók als deze kinderen uit een ander leerjaar komen. Janine Bezem, Hoofd JGZ bij GGD Gelderland-Midden, licht de werkwijze toe.

Consult wanneer nodig

Voor alle kinderen uit groep 2 en 7 vullen ouders een vragenlijst in. Daarnaast screenen doktersassistenten deze kinderen op een aantal medische items. ‘‘Bij sommige kinderen is er geen reden voor verdere actie. Anderen krijgen een vervolgconsult bij een verpleegkundige of de arts, afhankelijk van de aard en de urgentie van het probleem,’’ legt Janine uit. ‘‘De arts of verpleegkundige komt gemiddeld elke maand op school en ziet alle kinderen die door de assistente zijn doorverwezen, maar ook alle kinderen waarover leerkrachten of ouders zorgen hebben. Kinderen uit alle groepen komen dus in aanmerking om gezien te worden door de jeugdarts of jeugdverpleegkundige.’’

Snelle signalering

Door deze werkwijze kan de JGZ eerder in actie komen als het minder goed dreigt te gaan met een kind. Voor scholen is dit een geruststelling en een ondersteuning bij hun zorg voor leerlingen. Janine geeft aan dat leerkrachten voorheen soms niet goed wisten waar zij met hun zorgen terecht konden. Nu kunnen zij een kind doorverwijzen naar de JGZ en kunnen de juiste medewerkers snel worden ingezet. ‘‘De scholen hebben in het begin wel even gedacht: ‘moeten wij dan niet veel extra taken doen?’ Want ze moeten kinderen selecteren en verwijzen naar de JGZ. Maar ze zagen al snel dat het ze ondersteunt bij kinderen waar ze zorgen over hebben.’’ Ook helpt het dat de JGZ nu veel vaker op scholen aanwezig is, waardoor meer wordt samengewerkt.

Taakherschikking vraagt aanpassing

De werkwijze helpt bij het toekomstbestendig maken van de jeugdgezondheidszorg. Door taakherschikking wordt de expertise van medewerkers optimaal benut en wordt ingespeeld op de arbeidsmarkttekorten bij artsen en verpleegkundigen. Hoewel dit nodig is met het oog op de toekomst, vraagt het wel wat van de jeugdarts. ‘‘Artsen denken al snel: wij kunnen dat het beste. Er is toch wel wat weerstand om taken aan een ander over te dragen. Je moet als arts loslaten en vertrouwen hebben in andere disciplines, dat is soms lastig.’’ Om doktersassistenten te leren wanneer ze een kind moeten doorverwijzen, heeft de GGD Gelderland Midden een speciale scholing ontwikkeld. Om iedereen mee te krijgen is het volgens Janine ook cruciaal dat professionals vanaf het begin mogen meedenken. ‘‘Professionals zaten zelf in de projectgroep en konden dus zelf de methode vormgeven.’’

Rugdekking bij ernstige problematiek

‘‘Wat ons verraste is de ernstiger problematiek waar artsen nu mee te maken krijgen. Voorheen zag je veel kinderen waar het goed mee ging. Nu zie je veel kinderen waar (grote) zorgen over zijn. Ingewikkelde problemen, waar veel contact met andere partners voor nodig is en hulpverlening soms niet snel beschikbaar is. De casussen zijn veel lastiger geworden.’’ Om hiermee om te gaan is het volgens Janine cruciaal dat het management achter haar medewerkers staat. ‘‘Ik heb altijd gezegd: als jullie ervoor gaan en het gaat een keer mis, dan staan we achter je. Als je bijvoorbeeld kindermishandeling aanpakt, weet dan dat je altijd gesteund wordt door de organisatie.’’

Tip: duidelijke visie

‘‘Iedereen moet zich verantwoordelijk voelen om hiermee aan de slag te gaan. Dat vraagt van het management dat ze weten waar ze voor staan en dat ze dat goed kunnen overbrengen,’’ aldus Janine. Daarbij is het belangrijk de bedrijfsvoering niet te vergeten. ‘‘Dat de samenwerking tussen de disciplines versterkt moet worden, betekent ook dat er meer wordt gevraagd van afstemming, planning en organisatie. Je onderzoekt niet alleen cohorten kinderen meer, maar een soort treintjes met vervolgcontacten. Het vraagt ook veel meer afstemming met scholen. Je komt veel vaker, je hebt een ruimte nodig, scholen moeten je weten te bereiken.’’

En tot slot: ‘‘Zie het niet als bezuiniging, want dat is het niet. Het is bedoeld om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Dus voortdurend investeren in scholing en intervisie is echt heel belangrijk.’’

Contactgegevens

Wil je in contact komen met de initiatiefnemer? Klik dan hier.

Waar: Gelderland-Midden

Betrokken organisatie: JGZ

Meer informatie