Noordwest-Veluwe en Zeewolde gezond houden. Daar spannen het ziekenhuis St. Jansdal, de Huisartsen Coöperatie Medicamus en de Zorggroep Noordwest-Veluwe zich samen voor in. Samen namen zij het initiatief om het programma GezondVeluwe te starten.

Roland Ekkelenkamp, directeur van huisartsenzorggroep Medicamus, vertelt hoe er wordt samengewerkt om zorg te verlenen aan kwetsbare groepen.

Behoefte aan samenhangende zorg

‘‘We zagen dat het best moeilijk is om kwetsbare ouderen samenhangende zorg te bieden. Ook de financiering van de zorg voor deze groep is vaak onsamenhangend. De inkoop van verzekeraars is vaak onderverdeeld in 1e en 2e lijn. En wijkverpleegkundigen worden op weer een andere manier gefinancierd. Dat is een probleem. We hebben daarom onderzocht of we zorgverzekeraars een label konden geven waarmee samenhangende zorg in de regio als één pakket gecontracteerd kan worden.’’

Wie wonen er in de regio?

Het ziekenhuis en de huisartsencoöperatie hebben samen de regio in kaart gebracht. ‘‘We hebben gekeken wat voor aandoeningen mensen hebben en hoeveel chronisch zieken er in de regio wonen. Ook hebben we onderzocht hoe de ouderenpopulatie zich ontwikkelt en wat voor mensen er in onze regio wonen. Zijn dat mensen met een hoog of laag inkomen? Zijn het gezinnen met jonge of juist oudere kinderen? Zo krijgen we inzicht in wie er in onze regio woont en wat de behoeftes zijn. Nu en in de toekomst.”

Compleet beeld

Door alle gegevens samen te voegen ontstaat een beter beeld van de regio. ‘‘Als je bijvoorbeeld Vektis-data gebruikt, heb je meer gegevens over de bevolking dan bijvoorbeeld de verzekeraar. Die beschikt alleen over de gegevens van een deel van de bevolking. Ook zie je dat de grootste zorgverzekeraar uit een regio vaak meer chronisch zieken als klanten heeft dan andere verzekeraars. Daardoor heeft die verzekeraar een vertekend beeld over het zorggebruik in de regio. Wij kunnen nu op een andere manier laten zien hoe de regio echt in elkaar steekt.’’

Uitbreiding van het netwerk

Hoewel de partijen hoopten dat de twee grootste zorgverzekeraars uit regio meededen, bleek dat in de praktijk niet te lukken. Wel haakten steeds meer andere partijen aan. ‘‘We kwamen tot de ontdekking dat we ons netwerk konden uitbreiden. We zijn uitgebreid tot een alliantie. Daarin zitten vijf gemeentes, een aantal wijkverpleegkundige organisaties, apothekers, fysiotherapeuten en allerlei andere partijen die zich bezighouden met zorg.’’

Samenwerken

‘‘In het netwerk gaat het vooral om communicatie. Niet om registratie of financiering, maar vooral het communiceren over de patiënt. Een mooi voorbeeld is OZOverbindzorg, een platform waarmee we met elkaar communiceren. Medicamus betaalt de licenties, de gemeente heeft het platform betaald en de wijkverpleging betaalt de bezoeken aan de kwetsbare ouderen. Omdat we zo nauw samenwerken op één gebied en gedeeltes van financiering bij elkaar te stoppen, werken we veel efficiënter.’’

Een nieuwe wereld

Het samenwerken met verschillende sectoren is nog wel eens een uitdaging. ‘‘Het zijn andere werelden. Wanneer moet je naar de wethouder? Wanneer moet je naar de beleidsambtenaar? Hoe kun je bij de gemeente invloed uitoefenen?’’ Maar ook de huisartsencoöperatie verandert. ‘‘Wij zitten nu veel meer in de wijk en komen veel meer bij de gemeente. We bevinden ons eigenlijk op een nieuw speelveld met gemeenten, wat heel anders is dan de klassieke huisartsencoöperatie.’’ Dat bevalt Roland goed, zolang er maar beweging in blijft. ‘‘Je moet soms wel veel eelt op je ziel en veel geduld hebben. Maar dan kom je wel ergens.’’

Afgebakende doelgroep

Een van de belangrijkste voorwaarden voor goede netwerkzorg vindt Roland een concrete, kleine doelgroep. ‘‘Voordat je het weet heb je het over de zorg voor alle 150.000 inwoners. Met Gezond Veluwe is het eigenlijk heel breed geworden: 0e, 1e, 2e lijn, gemeente, jeugdzorg… Maar netwerkzorg bieden aan 100% van de inwoners is onbetaalbaar. Je moet echt kijken voor welke mensen je netwerkzorg moet inzetten en dat moet je eigenlijk gedurende het proces steeds beter leren. Voor het overgrote deel van de mensen geldt nog steeds dat ze met een bezoekje aan een zorgverlener gewoon goed geholpen zijn. Het gaat met name om kwetsbare ouderen of kwetsbare gezinnen. Je moet goed weten om welke groep het gaat, voor wie je dat ingewikkelde netwerk opzet. Voor de huisartsen is het gewoon heel concreet: ‘In mijn praktijk zitten 40 kwetsbare ouderen, voor 20/30 daarvan zetten we netwerkzorg in.’’’

Tip: begin bij de inhoud

Roland waarschuwt om niet direct bij het vastleggen van de structuur en aansturing van een netwerk te beginnen: ‘‘Veel belangrijker is dat professionals zich aangesproken voelen tot de inhoud, dan volgen de bestuurders. Het klinkt heel simpel, maar begin maar eens met de vraag: ‘Wat is jou de laatste twee weken overkomen?’ en zet de bestuurders dan maar even op de tweede rij. Ga op die inhoud en bijbehorende emotie het netwerk bouwen.’’

Overtuig beleidsmakers met voorbeelden

Als voorbeeld vertelt Roland over een blinde vrouw met een partner die naar een eerstelijns verblijf moest. ‘‘In het dorp waar ze al hun hele leven woonden konden wij dat niet regelen. Haar man moest dus naar andere regio, waardoor die vrouw haar man niet goed kon bezoeken en in een klap enorm kwetsbaar werd. Het wrange was dat er in het lokale verpleeghuis fysiek gewoon bedden waren. Maar administratief waren de bedden op, want zij waren door hun budget heen. Het is dan heel naar als je weet dat de mevrouw hierdoor wordt gescheiden van haar man. Met name bij kwetsbare ouderen is het natuurlijk bijzonder warm als je hen gewoon in hun vertrouwde omgeving kunt laten. Door huisartsen zulke voorbeelden uit de praktijk te laten vertellen, maak je voor iedereen, ook voor degenen die beleid moeten schrijven, duidelijk waar het eigenlijk over gaat.’’

Voorbeelden uit de praktijk leiden tot actie

Het bespreken van praktijkvoorbeelden leidt ook direct tot actie. ‘‘Mensen worden geraakt door die voorbeelden en gaan er mee aan de slag. Dat kan iets heel simpels zijn zoals het telefoonnummer van de apotheker uitwisselen in plaats van het algemene nummer. Dat geldt ook voor het nummer van de huisarts. Dat zijn heel praktische dingen, waardoor je uiteindelijk een netwerk kunt uitbouwen.’’

Contact

Wilt u meer informatie over de wijze waarop Gezond Veluwe tot stand is gekomen? Neem dan contact op met Roland Ekkelenkamp, 0341 217213.